Point of care echografie (POCUS) kan grote meerwaarde hebben voor de diagnostiek. Steeds meer niet-radiologen passen POCUS toe, ook in de eerste lijn. De vraag is echter of ze voldoende expertise hebben om de echobeelden goed te kunnen interpreteren. Radiologen dringen aan op een gedegen opleiding van niet-radiologen.

Nu de echoapparaten steeds kleiner en betaalbaarder worden, komt echografie tot ieders beschikking. Daarbij is het belangrijk dat beoefenaars hun beperkingen kennen. Inmiddels is er uitgebreid bewijs dat POCUS goed aan te leren is door artsen die verantwoordelijk zijn voor de klinische en poliklinische zorg. POCUS heeft meerwaarde voor elke arts die een lichamelijk onderzoek doet. Dat geldt voor de tweede- en derdelijnszorg, maar zeker ook voor de eerstelijnszorg.

Halve echografie gevaarlijker dan geen echografie

POCUS stelt zorgverleners in staat tot een nauwkeuriger en doeltreffender lichamelijk onderzoek, met een hogere kwaliteit van zorg tot gevolg. Daar kan niemand tegen zijn. Radiologen zeggen dan ook de implementatie van point-of-care-echografie te ondersteunen, maar wel onder voorwaarden. Van de onderzoeker mag maximale expertise worden geëist, zo stellen zij, waarbij de grenzen van de deskundigheid duidelijk worden aangegeven. Want: een halve echografie is gevaarlijker dan geen echografie. Beheersing van POCUS is onmogelijk zonder kennis van de CT-anatomie. Ze vinden het dan ook een slechte ontwikkeling dat POCUS- en andere echografiecursussen worden gegeven zonder dat daarbij ervaren radiologen betrokken zijn.

Gedegen opleiding en certificering

Kortom: een goede opleiding en het up-to-date houden van de vaardigheden zijn noodzakelijk, zo benadrukken radiologen.  Ze ondersteunen een brede inzet van de echografie in de gezondheidszorg, maar wel na een gedegen opleiding en certificering.

Bron: NTvG september 2020