Hoewel er nog weinig onderzoek is gedaan naar de meerwaarde van de percutane zuurstofsaturatiemeter in de huisartsenpraktijk, is deze inmiddels niet meer weg te denken. Huisartsen gebruiken de saturatiemeter bij vele indicaties in acute en niet-acute situaties. De huisarts heeft met het gebruik van de saturatiemeter concretere argumenten om patiënten met cardiorespiratoire problemen al of niet te selecteren voor verwijzing naar de tweede lijn. 

Bijvoorbeeld bij exacerbaties van obstructieve longziekten, bij ernstige pneumonie, bronchiolitis, longembolie of hartfalen kunnen zuurstoftransport en gaswisseling in de weefsels tekortschieten. De percutane zuurstofsaturatiemeter of ‘pulsimeter’ meet de zuurstofverzadiging in het perifere bloed, de SpO2 (Saturation of peripheral Oxygen). Daarnaast meet het de polsfrequentie.

In de praktijk
Huisartsen met ervaring in het gebruik van de zuurstofsaturatiemeter hechten de meeste waarde aan saturatiebepalingen bij acute klachten van dyspneu of verergering van langer bestaande dyspneu, bij patiënten met een vermoeden van respiratoire insufficiëntie of respiratoir falen en bij patiënten met een chronisch obstructieve longziekte. Een meting staat niet op zichzelf. Hoewel de ervaren kortademigheid of dyspneu en de werkelijke saturatie een grote discrepantie kunnen hebben, blijven de klinische symptomen van de patiënt natuurlijk een belangrijke factor.

  • De mogelijke indicaties
    Acute dyspneu (presenteert zich vooral op de huisartsenpost). De vraag is of hetgeen de patiënt als benauwdheid ervaart zich werkelijk uit in een verlaging van de zuurstofsaturatie. Bij acute benauwdheid zonder duidelijke verklaring kan een verlaagde saturatie bijvoorbeeld wijzen op een longembolie. Bij benauwdheid tijdens een paniekaanval kan een goede saturatie een respiratoire insufficiëntie onwaarschijnlijk maken. 
  • Bij een pneumonie kan de ernst (respiratoir falen) en dus de zorgbehoefte, vooral bij de oudere patiënt, onder andere bepaald worden aan de hand van de zuurstofverzadiging. Zo kan bij een pneumonie de hoogte van de saturatie mede bepalen of een patiënt thuis of in het ziekenhuis behandeld moet worden. 
  • Bij de patiënt met ernstige COPD kan tijdens een exacerbatie een vermoedelijke respiratoire insufficiëntie worden geobjectiveerd. Ook hier kan, bij differentiatie tussen concrete hypoxemie en paniek, tijdens een exacerbatie de saturatiemeter uitkomst bieden. 
  • Bij een ernstige astma-aanval geeft de zuurstofsaturatiemeting een directe indicatie van het systemische effect van de obstructie en eventueel van het effect van luchtwegverwijdende medicatie.
  • Een verlaagde zuurstofsaturatie bij een (ernstige) exacerbatie is een sterkere voorspeller  voor therapie met antibiotica of systemische corticosteroïden dan puur respiratoire symptomen bij astma- en COPD-patiënten. 
  • Bij kinderen met bronchiolitis kan de zuurstofbehoefte worden bepaald. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een speciale probe voor aan de oorlel. Een goed alternatief in de huisartsenpraktijk is meting met de reguliere meter aan een grote teen van  kind. 
  • Een belangrijke indicatie is de bewaking bij COPD-patiënten die oefenen bij de fysiotherapeut om spierkracht te versterken. Bij patiënten met desaturatie tijdens inspanning is de aanbeveling om de zuurstofsaturatie niet te laten dalen onder de 90%. 
  • Bij verwarde ouderen kan een verlaagde saturatie wijzen op een delier door cardiorespiratoir falen. Bewaken op afstand van de saturatie via telemonitoring van kwetsbare ouderen kan in potentie zorg en welbevinden verbeteren. 
  • Bij patiënten met obstructief slaapapneusyndroom (OSAS) kan de saturatie gedurende de nacht worden bijgehouden. 

Lees het volledige artikel  in H&W van Roy Beijaert over Percutane zuurstofsaturatiemeting